De Aberson-vormbakpers


De Abersonpers was een staande kleimolen. De vierkante kuip was 1.40 m hoog en 1.10 breed. De in het midden aangebrachte staande as stak er ongeveer 75 cm boven uit en was vervat in een dwarsbalk. De as liep door de bodem van de knip en draaide in een ijzeren pot. Aan de as waren in bepaalde standen en afmetingen twee kneed- en drukvinnen en twee hark- en wortelmessen en onderin de kuip een driebladige uitdrijver bevestigd. De aandrijving van de as kon geschieden door een os of paard en door een stoommachine, later werden ook petroleum- en elektromotoren gebruikt.

Het model dat hier is afgebeeld, is een vormbakpers van Aberson uit 1882.

Het model dat hier is afgebeeld, is een vormbakpers van Aberson uit 1882.


De klei werd in de open bovenzijde van de kuip gestort en naar behoefte voorzien van water. Door de draaiende en neerwaartse druk van de messen en vinnen werd de klei gemalen en gekneed en vervolgens door de uitdrijvers via een opening in de onderzijde van de kleimolen in een vooraf natgemaakte en ingezande vormbak geperst. Dit volpersen geschiedde met behulp van een waaiervormige ijzeren plaat die de klei door een rooster in de ondergeschoven steenvorm drukte. Het rooster waardoor de klei werd geperst had evenveel openingen als er vormen in de bak waren (vijf-, zes-, zeven- of meersteens). De roostergaten waren iets kleiner dan de ruimten in de vormbak zodat de ingeperste klei niet het zand van de zijkanten van de vorm schoof.

Met de Aberson-pers kon men stenen van verschillend formaat vervaardigen. Daartoe gebruikte men andere roosters die correspondeerden met andere vormbakken. Ook de dikte van de stenen kon men wijzigen door het instelien van de hoogte. Door het terzijde inbrengen (ondersteken) van een lege vorm werd een volgeperste vorm aan de voorzijde uitgestoten. De overtollige klei werd door de afstrijker met een stalen mes verwijderd en de volle vorm op een wagen geladen om naar de droogbaan te worden vervoerd.

In het transportsysteem van de vormen in de pers was een beveiliging ingebouwd om schade tijdens het persen te voorkomen. Wanneer een van de vormen door een of andere oorzaak bleef steken of te veel weerstand ondervond, werd de exentriek in het draaisysteem omhooggetild zodat de machine ‘loos draaide’. De afstrijker wist nu dat er iets haperde en kon door het wijzigen van de afstelling de doorgangsruimte voor de vorm vergroten, waardoor het vormproces weer op gang werd gebracht. Het natmaken, zanden, ondersteken en afstrijken geschiedde door mankracht.

In de eerste helft van de twintigste eeuw werden deze handelingen gemechaniseerd, zodat eerst de halfautomatische en daarna de volautomatische Abersonvormbakpers ontstond.

In 1874 waren de prijzen voor de steenvormmachines;
ƒ 1.500, – voor model no. 1 met stoomaandrijving;
ƒ 1.550, – voor model no. 1 inclusief de rosmolen;
ƒ 1.050, – voor model no. 2 inclusief de rosmolen.

De betaling geschiedde in drie termijnen. De eerste bij de afzending uit Olst, de tweede nadat de machine was gesteld en de laatste na afloop van de garantietermijn.

Bron: H.W. Lintsen, Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel III. Textiel. Gas, licht en elektriciteit. Bouw. Walburg Pers, Zutphen 1993. Pagina 262.


Villa Aberson

Over Villa Aberson

Wij wonen met z'n tweetjes in een monumentale villa in Olst, onder de rook van Deventer. De kinderen zijn al enkele jaren de deur uit: Ruimte genoeg dus. Trouwens, dat is geen borstbeeld van mij. Mijn vrouw is daar druk mee bezig...

Een reactie stellen we op prijs

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.